The Early Days (dutch)

 

De Goeie Ouwe Tijd

Ooit is het allemaal begonnen, in mijn  geval met een ZX81. Ik kocht die op mijn 14e of 15e van  mijn verjaardagsgeld bij Allwave in de Haagse Passage en dit was het begin van mijn grote  hobby, die later uitgroeide in een carriëre. Het ding  bevatte een Z80 processor op 3.5 MHz, mat 16,7 bij 17,5  bij 4 cm en moest op een zwart-wit tv worden aangesloten. Je had een resolutie van 64 x 44 grafische tekens (tekst was 15 regels van 32 tekens) en geen geluid. Het ding had de verbijsterende  geheugencapaciteit van welgeteld 1K!

ZX81

Toen ik weer wat geld bij elkaar had  gespaard, kocht ik er een geheugen-uitbreiding bij van 16K,  die was bijna even duur als de hele computer (350,-!).

ZX81 met geheugenuitbreiding

Later bouwde ik er een andere kast  omheen, met echte toetsen. Ik bleek niet de enige die had  ontdekt dat die membraamtoetsen niet echt prettig waren,  want er waren intussen stickervellen met ZX81-toets-symbolen  te koop in die tijd.

Het opslaan en laden van de spelletjes en  dergelijke gebeurde in die tijd met cassettebandjes. Hiervoor had je  een cassetterecorder nodig (niet meegeleverd) en een  schroevendraaier, want als het opnamekopje een beetje scheef  stond, werd het programma niet geladen…

ZX81 Tapes

Maze 3D, een klassieker op de ZX81…

Na een tijdje raakte ik uitgekeken op dit  beestje en wilde ik meer. De ZX Spectrum diende zich net  aan en die kocht ik dus. Deze keer was het beeld in kleur  en ook hier zat weer een Z80 in, nu op 14MHz. De 16k aan  geheugenruimte was nu standaard. De prijs was ongeveer  hetzelfde als die van de ZX81.

ZX Spectrum

Dit was dus reden genoeg om een portable  kleuren tv’tje aan te schaffen, want het oog wil ook wat…  Het laden van de programmaatjes gebeurde nog steeds met  dezelfde bandjes. De totale stilte van de ZX81 had nu  plaatsgemaakt voor het eenvoudige geluid van een  ingebouwd buzzertje …<piep>…..

In een computerblad schreef iemand in die tijd dat hij vond dat de ZX Spectrum “dood-vlees-toetsen” had. Hij doelde hierbij op de oorspronkelijke gummi-toetsen  van de spectrum, dezelfde die je tegenwoordig op de  gemiddelde afstandsbediening vindt. Inderdaad was het geen typen op die dingen. De toetsen gingen alle kanten uit bij het indrukken, zodat je de nodige missers maakte  tijdens het typen. Ook wilde het nogal eens gebeuren dat een toets half onder de behuizing verdween…

Maar ook deze computer verdween later in een behuizing met een echt toetsenbord, met ook hierop  weer stickers van een los te koop stickervel, zodat het  toetsen-probleem was opgelost. Nu was het goed werken met  de Spectrum. Het aantal spelletjes steeg enorm. Op deze computer zijn een aantal klassiekers geboren, zoals Jet  Set Willy, Sabre Wolf, Tornado Low Level en Ant Attack, wat door de toen gebruikte 3d-techniek voor die tijd revolutionair was.

Ant Attack

Hierna kwam in 1982 de Commodore 64 op de  markt met het voor die tijd riante geheugen van wel 64 K!  De machine was gebaseerd op de 6510 processor op  welgeteld 1 Mhz en was in velerlei opzicht uniek, want  naast het vele geheugen, had hij een hogere resolutie (320  x 200 in wel 16 kleuren), echte toetsen en ook een  geweldige geluidschip aan boord, met wel 3 stemmen!

Commodore 64

En ook hier weer die #@$%&*%  cassettebandjes! De cassettespeler werd nu gelukkig wel  meegeleverd, maar de schroevendraaier bleef nodig. Enkele  maanden later kocht ik de 1541 floppydrive, hierop kon  ongeveer 165 K per 5 1/4″ floppy, dezelfde floppy’s  als later op de pc gebruikt werden, alleen werden de  floppy’s op de C64 slechts aan 1 kant beschreven. Later  kwamen de bekende “disketteknippers” op de  markt, waardoor de floppy’s omkeerbaar werden en de  capaciteit verdubbelde…

Commodore 64 cassetterecorder en  floppydrive

Vrij snel na het verschijnen van de  floppydrive kwamen de zogenaamde “speed-kernels”  en diverse vormen van “parallele aansturing”  van de floppydrive op de markt, voornamelijk in het hobby-circuit.  Dat was de tijd dat je zelf een kernel “bakte”  met een eprom-programmer. Al met al kan wel worden gezegd,  dat de Commodore 64 de leukste hobby-computer was, vooral  op spelletjes-gebied. Ken je ze nog? Raid over Moscow,  Mission Impossible, River Raid, Harrier Attack, Potty  Pigeon, The Last Ninja, Blue Peter… Veel hedendaagse  spellen zijn vaak niets anders dan deze golden oldies in  een nieuw jasje.

Commodore 64 screenshot

Op een gegeven moment begonnen er  geruchten de ronde te doen over een nieuwe “super-computer”  van Commodore, die ongekende mogelijkheden zou bieden.  Deze computer zou een gigantisch geheugen hebben,  duizenden kleuren kunnen produceren en over PCM-geluid  beschikken, in stereo! Deze super-computer werd de  Commodore Amiga. Het was 1987.

Ik ruilde dus mijn Commodore 64 in en  kocht voor zo’n 800,- mijn Amiga 500. Sjonge, wat was dat  wennen!

Commodore Amiga 500

Was je gewend om bij de Commodore 64 en  zijn voorgangers met een Basic-scherm te starten, bij de  Amiga was dat wel even anders!

Allereerst viel op, dat er ineens een  nieuw type diskette op de markt was, de 3 1/2″  diskette. Lekker stevig, niet meer zo’n slap envelopje…  Daarnaast kwam er een raar kastje met een balletje erin  en 2 toetsen en een lang snoer uit de doos. De  handleiding wist te vertellen dat dat een muis was. Wat  moet je daar nou mee? Na het aanzetten van de computer  werd om een kickstart-flop gevraagd. Flop opzoeken, flop  erin. Wat nu? Volgende flop, een zogenaamde “workbench-diskette”?  Die er ook in en ja! De “Workbench” verscheen!  Een nieuwe wereld ging open!

Amiga Workbench

Inderdaad bleek de Amiga wat de geruchten  voorspelden: het ding kon in HAM-mode (Hold-And-Modify,  een truuk waarbij de kleur van een pixel beinvloed werd  door de naastliggende pixels) 4096 kleuren produceren en  bleek te beschikken over een 68000 processor op 7 Mhz,  512 Kb RAM, een 4-kanaals PCM synthesizer, in stereo.  Bovendien zat er een 880 K floppydrive ingebouwd en moest  ik met een muis gaan werken. Later bleek de workbench  voor het spelen van de spelletjes en het runnen van vele  programma’s totaal niet nodig en werd er vanuit de CLI (Command  Line Interface, een soort DOS-venster) gewerkt, dat ging veel  sneller. Later kocht ik hier nog een 512 Kb geheugen  uitbreiding en een extra floppydrive bij, en nog later  een echte harde schijf. Die heb ik pas laat gekocht, want het  ding was vreselijk duur! Voor die harde schijf van 20 MB  moest ik toen in de winkel 700,- betalen.Die 20 MB bleek  al snel bij lange na niet genoeg, maar ja, hij was wel  nodig om een steeds groter wordend aantal programma’s te  kunnen draaien….

In die tijd kwam er een nieuw fenomeen om  de hoek kijken: de XT. Ik kreeg dat ding van een kennis.  Het bleek een soort bouwpakket te zijn geweest. Het was  een zogenaamde “klapkast” waarvan het deksel  als een soort motorkap open gaat. In deze kast zat een XT  moederbord, waarop je zelf de onderdelen moest solderen.  Er zat een 5 1/4″ floppydrive van 360 K in, geen  harde schijf en het beeld was monochroom, zwart-groen dus.  Maar toch had het wel wat, zo’n echte pc! Mijn interresse  was gewekt. Ik kon aan een paar leuke spelletjes komen en  al gauw vond ik in het hobby-circuit een methode om de  Amiga en de pc met elkaar te koppelen, via een seriële  kabel en een speciaal programma. Mijn eerste netwerk was  een feit!

XT

De ontwikkelingen gingen door, dus op een  gegeven moment ging het XT moederbord eruit en kwam er  een AT bord (286) voor in de plaats. Naast het  toetsenbord (weet je nog? de functietoetsen zaten bij een  XT toetsenbord aan de zijkant…) veranderde de kast ook,  er kwam wat meer ruimte voor drives en harde schijven en  dergelijke. Een XT kast is maar 2 drive-bays hoog, een AT  kast heeft ruimte voor 3 drives boven elkaar:

AT

Uiteraard moest ook hier na verloop van  tijd een harddisk in. Ik kreeg van een kennis een 20 MB  MFM harde schijf van NEC, maar had geen controller  hiervoor. Die dus gekocht, kostte 250,-. De echte  hobbyisten kennen vast nog wel het low-level-formatteer  commando “g=c800:5” vanuit het debug-programma onder DOS…

Na een tijdje raakte ik uiteraard  uitgekeken op het groene en later amberkleurige schermpje  van de pc. Het bleek dat op dat moment echt VGA  betaalbaar werd en ik ging op onderzoek uit. VGA was op  dat moment het summum van beeldkwaliteit: 256 kleuren in  640 bij 480 beeldpunten, en dat op een pc! Ik kocht toen  op een beurs een echte Paradise VGA kaart met wel 256 K  videogeheugen en, zo dacht ik, een echte VGA monitor die,  zo zei het prijskaartje, slechts 350,- moest kosten. Wat  bleek? de kaart was wel ok, maar de monitor bleek  monochroom VGA te zijn, zwart-wit, waar ik tot op dat  moment nog nooit van gehoord had! Ik terug, bleek dat een  kleuren-monitor 800,- zou gaan kosten. Toch maar weer  zwart-wit dus. Ik troostte me maar met de gedachte dat ik  nu in ieder geval 256 grijstinten had, toch een  verbetering, vooral merkbaar met Prince of Persia… Op  een latere beurs bleken ineens 13″ IBM VGA kleuren-monitors  te worden gedumpt voor 500,-. Wel nog aan de dure kant,  maar toen had ik eindelijk een kleuren-monitor…

Met de intrede van de AT kwamen ook de  eerste IDE harde schijven. IDE (toen heette dat nog ATA)  bleek veel sneller en betrouwbaarder dan MFM (herkenbaar  aan de 2 bandkabels, een brede en een smalle, naar de  harddisk lopend), dus kocht ik mijn eerste ATA harddisk,  een Kalok van 20 MB voor zo’n 300,-. Qua grootte schoot  ik er niets mee op, maar het ding was inderdaad veel  sneller (1.5Mb/sec.) dan zo’n oude MFM seagate, die  ruwweg de snelheid van een gemiddelde floppydrive had (300Kb/sec).

Oude MFM harddisk

Afijn, na de 286 (en windows 3.1..) kwam  de 386 (hier kwam windows 3.11, begon mijn carriëre en  ging de Amiga de deur uit), de 486 (windows 95 beta…)  en de Pentium. Alles werd groter, beter en sneller, maar  de kast en monitor bleven lange tijd hetzelfde. Op een  gegeven moment zag ik dat een tower, met name een server-kast  vanwege de losse zijpanelen, veel handiger was, dus die  toen maar gekocht.

Van wat spullen die ik over had, bouwde  ik een 2e pc. Ik kon toen ook heel goedkoop aan een  tweetal ARCNet-kaartjes komen (een (trage: 300Kbit/sec)  voorloper van de huidige Ethernet-kaarten (10Mbit/sec)),  die ik koppelde met een stuk coax-kabel, waarna ik een  echt netwerk had. Vrij snel begon het aantal pc’s dat ik  had uit te breiden naar eerst 2, toen 3 en daarna 4.  ARCNet maakte plaats voor Ethernet via coax, uiteindelijk  werd het een echt netwerkje met UTP-bekabeling en een hubje, later switch. De 10 Mbit switch werd een 100 Mbit switch. Dat was in 1997.

Maar ja, de tijd gaat door en de 100Mbit switch maakte plaats voor een gigabit-switch. Het aantal pc’s breidde nog verder uit toen vrouw en kinderen erbij kwamen en inmiddels is er een echt netwerk ontstaan. Met name door de komst van de kinderen, de Dreambox en het Mediacenter is het aantal switches aardig uitgebreid. Hier is een afbeelding van ons huis-netwerkje anno 2018:

thuisnetwerkje

thuisnetwerkje